Waarom is leren in een community of practice anders dan leren in een opleiding?

Foto banken in park

Het is fascinerend om te zien hoe volwassenen leren in hun vrije tijd. En hoe verschillend dat soms wel is van hoe ze leren op het werk. Of beter gezegd, hoe ze gewoon/geconditioneerd zijn om te leren op het werk.

Als we leren in onze vrije tijd is dat quasi altijd zelfgestuurd: we nemen dus zelf het initiatief. De trigger voor dat leren kan je meestal indelen in 2 categorieën:

  1. Je hebt een probleem dat je opgelost wil krijgen. Het probleem kan zijn dat je geen Portugees kent en dat je in je lievelingsvakantieland Portugal met alle locals wil kunnen spreken. Het probleem kan zijn dat je kinderen bij het ravotten binnen de kortste keren gaten in elke broek krijgen en dat je deze zelf wil kunnen repareren wegens goedkoper.
  2. Je hebt een passie en daar wil je meer over weten of die wil je nog beter beheersen. Je drinkt graag bier en bent geïntrigeerd door al die microbrouwerijen. Je begint zelf te brouwen en voor je het weet, zit je bijna al je tijd in je eigen garage/brouwerij. Je hebt altijd graag gekookt maar je wil je horizonten verbreden. Je hebt dus een boekenkast vol kookboeken en maakt er een erezaak van om uit elk boek minstens 2 recepten te proberen.

Als de passie of het probleem belangrijk genoeg is, vinden volwassenen vrij probleemloos hun weg naar de beste manier om datgene te leren wat ze daadwerkelijk nodig hebben op dat moment. Dat varieert van info opzoeken op het internet, een (e-)boek lezen, iets uit elkaar halen om het opnieuw in elkaar te zetten, …

Van individueel leren naar sociaal leren

Je merkt ook dat volwassenen zoeken naar een netwerk van mensen die dit probleem of deze passie delen. Samen zoeken ze manieren om het probleem op te lossen. Samen beter worden in hun passie of samen hun kennis daarover vergroten. Zo verzeilt de volwassene in zijn vrije tijd gemakkelijk in het fenomeen dat een community of practice heet.

Zelf heb ik dit een aantal jaren geleden ervaren toen ik avondles fotografie ben beginnen volgen. Dit onderwijs was georganiseerd in modules van een half jaar. Het concept was: je had een lesweek en een opdrachtweek. In de lesweek kreeg je uitleg bij een aspect van fotograferen én een opdracht die daar bij aansluit. Die opdracht voerde je uit tijdens de opdrachtweek en je laadde je foto’s op in Picasa. Bedoeling was dat de leerkracht feedback gaf op alle foto’s. In de daaropvolgende les, selecteerde de leerkracht een aantal ingestuurde foto’s die interessant waren om iedereen nog iets te leren.

Het leerlandschap van de eerste modules die ik volgde, kan je het best beschrijven als  ‘klassieke lessen’. De trigger voor de meeste leerlingen was het volgende probleem:’Ik kan geen fatsoenlijke foto trekken’ of ‘Ik heb een goed fototoestel en ik weet niet hoe ik dat goed moet gebruiken’.

Er was een leerkracht en bijna iedereen in de les was een leek. Je leerde van de leerkracht en van de oefeningen die je moest doen. Je moest nog alles leren en niet in het minste de woordenschat die bij fotograferen hoort: witbalans, sluitertijd, ISO,…. Als ik de foto’s van mijn eerste opdrachten terug bekijk, moet ik keihard lachen. Als er al een foto bij is, die aan de vereisten van de opdracht voldoet, is dat eerder toeval. (De foto op deze blog was mijn ‘examenfoto’ voor de eerste module. Toen kon ik het al een beetje 🙂 )

Pats Boem….. een community of practice

Naarmate ik echter meer modules volgde, veranderde het leerlandschap. Voor ik het wist, zat ik in een community of practice. De meeste leerlingen waren al jarenlang amateurfotograaf met meerdere fototoestellen, state-of-the-art lenzen en sommigen hadden de zolder of een kamer ingericht als fotostudio. Tijdens de lesmomenten wisselden de leerkracht (een beroepsfotograaf) en de leerlingen gretig ervaringen en tips uit. Soms waren het ellenlange en zeer diepgaande discussies over nieuwe toestellen, soorten studiolampen of welk statief nu echt het beste was. Af en toe leek het grootste verschil tussen de leerkracht en de leerlingen dat de leerkracht de enige was die betaald werd om daar te zijn en dat de leerlingen betaald hadden om aanwezig te zijn. J

Het was niet moeilijk om te zien dat de aanleiding om daar te zijn in deze latere modules sterk veranderd was. De trigger was niet langer een probleem maar het was pure passie! Het was de gedeelde passie die de groep voortstuwde en ervoor zorgde dat ze leerden.

En het is net deze kanteling die ervoor zorgde dat ik ben afgehaakt. Ik deelde die passie niet. Ik was niet geïnteresseerd om studiofoto’s te maken of om eten er op een foto echt smakelijk te laten uitzien. Ik wilde de extra investeringen in materiaal, tijd en inzet niet doen. Daardoor voelde ik al heel snel een kloof ontstaan tussen mij en de andere leerlingen. Ik was niet gebeten en kon in discussies niet altijd mee. Een aantal opdrachten vond ik ronduit stom omdat ik er de relevantie voor mezelf niet van inzag.

Dergelijke clubs zijn komen heel dicht bij communities of practice. In de mijn-hobby-is-mijn-passie-sector vind je heel veel clubs, verenigingen die het concept van community of practice erg dicht benaderen. Soms zijn dit formele clubs, soms is dit een facebookgroep, soms is het vriendenkringetje….

Hoe kunnen we dit soort leerlandschap ook in onze bedrijven en organisaties opzetten om dit soort van natuurlijk leren te stimuleren. Deze vraag staat centraal in volgende blogs over dit onderwerp.

Neem deel aan de gratis webinar

Startscherm Webinar 'Communities of Practice: een troef voor elke organisatie'

Ontdek op een half uur tijd waarom ook jouw organisatie concurrentieel voordeel kan halen uit het (h)erkennen en koesteren van communities of practices 

Meer weten over de gratis webinar

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *