Trust Factor : een neuro-economische kijk op vertrouwen 1/5

Is wantrouwen in organisaties eerder de standaardhouding dan de uitzondering? In alle eerlijkheid heb ik dat al vaak gedacht. Je ziet nogal wat maatregelen die gebaseerd zijn op wantrouwen: de prikklok, micromanagement, allerlei rapporteringsverplichtingen, ….

Voor een deel is dat begrijpelijk. Vertrouwen is iets geloven dat je niet zeker weet. En niet zeker weten, vinden wij als mens/organisatie/maatschappij ‘niet tof’ en ‘lastig’. We maken namelijk met zijn allen afspraken over ongeveer alles en we moeten erop vertrouwen dat iedereen zich houdt aan deze afspraken.

We hebben last met die mensen die zich echter niet houden aan deze afspraken: de collega die de afgesproken deadline niet haalt, kinderen die niet hebben gestudeerd en gebuisd zijn, de aannemer die niet komt opdagen wanneer hij had beloofd, chauffeurs die een rood licht negeren, …. Daarom hebben we politie, rechtbanken en bazen.

Met andere woorden: relaties, organisaties, de maatschappij en de wereld zouden er beter aan toe zijn als iedereen betrouwbaar was. (En tegelijkertijd zou het misschien saaier zijn en heel wat mensen zouden ander werk moeten zoeken want wantrouwen, controleren en straffen leveren veel jobs op 🙂 )

Paul Zak is een neuro-econoom die onderzoekt of vertrouwen een kwestie van chemie in het brein is. Hij beweert en gelooft dat het hormoon oxytocine ervoor zorgt dat wij mensen vertrouwen. Als we oxytocine aanmaken, vertrouwen we meer en worden we ook betrouwbaarder. Oxytocine is trouwens het hormoon dat tot voor kort alleen gezien werd als nuttig bij bevallingen en het op gang brengen van borstvoeding. Ondertussen wordt het ook wel het knuffelhormoon genoemd. Het zou een rol spelen bij het verbinden van mensen. Je kan oxytocine meten door bloed te analyseren.

Het boek 'Trust Factor' van Paul Zak

Interessant boek

Paul Zak vertrekt in het boek  ‘Trust factor – The Science of Creating High-Performance Companies’ van de volgende premisse: en teams die een cultuur van vertrouwen hebben, zijn succesvoller dan diegene die dat niet hebben. Ze zijn productiever en winstgevender, hun medewerkers zijn gemotiveerd en werken er graag. Hierdoor is ook de retentie groter en het absenteïsme lager in deze organisaties.

Mensen en organisaties kunnen allerlei acties ondernemen die de aanmaak van oxytocine stimuleren waardoor het vertrouwen en de betrouwbaarheid groeit. Paul Zak is tot in Papua Genua gereisd om aan te tonen dat de werking van oxytocine wel degelijk universeel is. In het eerste hoofdstuk van dit boek beschrijft hij hoe hij dit heeft onderzocht.

Het boek hanteert het volgende Culture-to-performance model (p.23):

Culture to performance model van Paul Zak

De uitdaging op het vlak van neuro management is daarbij dat je een cultuur creëert die elke dag de aanmaak van oxytocine stimuleert door positieve sociale interacties. Zak beweert dat zijn kennis van het breincircuit rond oxytocine ervoor heeft gezorgd dat hij acties heeft geïdentificeerd die een cultuur van interpersoonlijk vertrouwen bewerkstelligen. Hij heeft deze herleid tot 8 factoren en die hij samenvat onder het acroniem OXYTOCIN. in de volgende blogs gaan we kort in op elk van deze factoren.

 

In deze video legt Zak zelf de rol van het knuffelhormoon uit.

Katrin Naert (foto Christa Claessens)

Leg je vraag/probleem/uitdaging binnen L&D voor en ik denk graag met je mee!

Heb je een idee dat je wil aftoetsen met een expert?
Zit je vast met je opleidingsplan?
Heb je twijfels bij de manier waarop je je opleidingen evalueert?

Aarzel dan niet en maak een afspraak voor een
‘Kwartiertje-sparren-met-Katrin’ via Skype of telefoon.

Kwartiertje met Katrin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *