De cognitievebelastingstheorie: een essentieel inzicht voor elke trainer- L&D klassiekers

TvOO

Eerder dit jaar vroeg hoofdredacteur Ria van Dinteren mij of ik voor het Tijdschrift voor Ontwikkeling in Organisaties* een artikel wilde schrijven. Dat heb ik met veel plezier gedaan en hierbij deel ik dit artikel ook graag op learnie. Toen ik na publicatie het tijdschrift in handen kreeg, was ik zeer aangenaam verrast. TvOO is een mooie uitgave met heel wat waardevolle inhoud. Het praktische A5-formaat zorgt ervoor dat je het makkelijk meeneemt om op een goede plek nog eens écht tijd te maken om te lezen. Een echte aanwinst in ons vakgebied.

:)Stel: je volgt een cursus Japans en de lesgever begint deze opleiding als volgt:

‘Welkom op de eerste les ‘Japans voor beginners’. Vandaag zullen we leren hoe je ‘Hallo’ zegt in het Japans. Laten we echter van start gaan met wat achtergrondinformatie over het Japans. In tegenstelling tot het Chinees, is Japans geen toontaal. Dat maakt Chinees voor ons Westerlingen moeilijk om te leren want in Europa zijn er bijna geen toontalen. Behalve het Limburgs… 🙂 grapje.  Hoeveel tonen er zijn in het Mandarijns is trouwens nog een onderwerp voor discussie. Sommigen zeggen 4, anderen 5. Neem nu het woord ‘Ma’. Afhankelijk van de toon waarop je het woord uitspreekt, krijgt dit woord 4 betekenissen: ‘moeder’, ‘hennep’, ‘paard’ of ‘uitschelden’. Dan is Japans heel wat makkelijker. Moeder in het Japans is ‘Haha’. Je begroet iemand in het Japans meestal met ‘Konnichiwa’, uitgesproken als kohn-nie-tjie-wah. ‘Hallo mama’ is dus ‘kohn-nie-tjie-wah haha’. Maar als je iemand begroet aan de telefoon, moet je de begroeting ‘Moshi-moshi’ gebruiken.’

Ik weet niet hoe het met u zit, beste lezer, maar ik ben de weg al een beetje kwijt. Hoe dat komt, kan je verklaren aan de hand van de Cognitive Load Theory van John Sweller. In deze inleiding zit de cognitieve belasting namelijk niet juist. Om dit uit te leggen, maken we eerst een uitstapje naar hoe ons brein functioneert en hoe het leert.

Wat is leren?

We hebben 2 soorten geheugens. Ons werkgeheugen is de plek waar bewust denken plaatsvindt, het is een actieve processor. Dit is waar we denken, problemen oplossen en leren. Het werkgeheugen heeft echter een zeer beperkte capaciteit en dit slechts op korte termijn. Het onthoudt met andere woorden niet veel dingen niet erg lang.

Leren is het proces dat nieuwe informatie verplaatst naar ons langetermijngeheugen. In tegenstelling tot het werkgeheugen is er, bij wijze van spreken, oneindig veel plaats in dit geheugen. Daar zit namelijk alle informatie en vaardigheden die we al verworven hebben.

We worden daarbij flink geholpen door automatismen. Deze zorgen ervoor dat wij complexe taken kunnen uitvoeren zonder veel werkgeheugen actief te moeten gebruiken. Denk maar aan tanden poetsen: dat kan je ook als je nog of al half slaapt. Het zijn ook deze automatismen die het werkgeheugen kan oproepen bij het leren of bij het werken met nieuwe informatie. Zo vergroot het werkgeheugen zijn beperkte capaciteit.

3 soorten cognitieve belasting

De cognitievebelastingstheorie beschrijft 3 soorten cognitieve belasting die het werkgeheugen te verwerken krijgt bij het leren.

  1. De inherente belasting is de nieuwe informatie, dat wat je moet leren.
  2. De irrelevante belasting is extra informatie die niet relevant is voor wat we moeten leren. Dit belemmert het leren.
  3. De nuttige belasting is die informatie die je helpt om nieuwe informatie op lange termijn te onthouden. Denk bijvoorbeeld aan de aanzet tot automatismen van ezelbruggetjes zoals ’t kofschip’ (d of t aan het einde van een voltooid deelwoord) of ROGGBIV (voor de volgorde van de kleuren van de regenboog).**

Pas nu kunnen we de vinger leggen op het probleem met de Japanse les uit het begin van dit artikel. De inherente cognitieve belasting, namelijk ‘Hallo’ leren zeggen in het Japans, was best al moeilijk. We moeten ons erg concentreren op de uitspraak van het moeilijk woord ‘Konnichiwa’ …. En dan blijkt bovendien dat je deze begroeting niet eens mag gebruiken aan de telefoon.

Het echte probleem met deze inleiding is echter de overvloed aan irrelevante cognitieve belasting. Heel de inhoudelijke uitstap naar het Chinees en de toontalen doet helemaal niet ter zake, en zorgt voor cognitieve overbelasting. Bovendien geeft de lesgever in ons voorbeeld ook geen nuttige cognitieve belasting. We krijgen geen trucje om het moeilijke woord ‘Konnichiwa’ te onthouden of uit te spreken. Gevolg: ons werkgeheugen kan niet goed meer functioneren, en de kans dat de Japanse begroeting in ons langetermijngeheugen geraakt is erg klein.

We hebben met andere woorden jammer genoeg niets geleerd.

Aan de slag met deze theorie

Deze theorie is erg behulpzaam bij het ontwerpen van allerlei vormen van leren. Om te beginnen kunnen we hoeveelheid inherente belasting van de nieuwe leerinhoud goed afwegen. Omdat deze inherent is aan het onderwerp, kunnen we die namelijk niet veranderen.  Zo kan je als lesgever het Japanse woord ‘Konnichiwa’ niet gemakkelijker maken. Je kan ook het feit dat er anders begroet wordt aan de telefoon niet veranderen. Dit is allemaal inherent aan Japans en dus ook aan Japans leren.

Het enige dat je dus kan doen met inherente cognitieve belasting is deze zorgvuldig doseren. Probeer de hoeveelheid inherente belasting te beperken door deze in kleinere stukken te verdelen of niet te lang door te gaan. Dit is iets wat de voorstanders van microlearning (hele korte e-learnings) goed hebben begrepen.

Wat elke trainer zeker kan doen, is de irrelevante cognitieve belasting zoveel mogelijk beperken, zeker als de inherente belasting hoog is. Irrelevante cognitieve belasting komt echter in vele gedaanten:

  • Powerpointdia’s waarin schreeuwende foto’s, drukke logo’s en flitsende animaties de aandacht van de deelnemers afleiden.
  • Een trainer die graag zijn of haar expertise wil bewijzen door allerlei irrelevante illustraties (voor de deelnemers) uitgebreid te vertellen.
  • Een deelnemer die tijdens de training te lang een podium krijgt om zijn of haar niet erkende grieven te ventileren.
  • Een leidinggevende die met ‘Nu we hier toch allemaal samen zijn in deze training’, een deel van de trainingstijd kaapt voor andere doeleinden.

Elke training bevat ook best nuttige cognitieve belasting, aangezien dit soort informatie het leren bevordert. Gelukkig kan dit ook op vele manieren. Denk maar aan letterwoorden om een bepaalde techniek te onthouden, zoals SMART voor afspraken  (Specifiek Meetbaar Aanvaardbaar Realistisch Tijdsgebonden) Je kan ook als trainer regelmatig herhalen wat de rode draad doorheen de leerinhoud is. Ook schema’s en lijstjes zijn vormen van nuttige cognitieve belasting.

Vandaar hieronder 3 eenvoudige tips om een gunstig leerklimaat te creëren in je training.

  1. Doseer de inherente cognitieve belasting.
  2. Hou de irrelevante cognitieve belasting zo laag mogelijk.
  3. Zorg voor nuttige cognitieve belasting.

 Zeg het met beelden

 

Theorie Cognitieve belasting

In de beschrijving van het werkgeheugen van hierboven ontbrak belangrijke informatie. Dit geheugen heeft 2 aparte kanalen: een auditief en visueel kanaal. Het kan langs beide kanalen informatie opnemen. Vandaar dat een simpele visual zoals hierboven behulpzaam kan zijn.

De cognitievebelastingstheorie biedt ook een handige bril om een aantal trends in het huidige L&D-landschap te evalueren:

  • Opdrachtgevers vragen steeds kortere opleidingen. Maar de inhoud van één dag training in een halve dag proppen, zorgt al snel voor een te grote inherente belasting.
  • E-learning modules bevatten vaak te weinig nuttige cognitieve belasting, waardoor de leertransfer bij deze vorm van leren meestal eerder laag is.
  • Learning games met flitsende interfaces zorgen soms voor heel wat irrelevante cognitieve belasting en belemmeren daardoor het leren.
  • Een hoop informatie ter beschikking stellen van medewerkers leidt in vele gevallen niet tot leren. Zeker niet als deze veel irrelevante cognitieve belasting en weinig nuttige cognitieve belasting bevat. Dit is een euvel waar slechte performance support (hulpmiddelen bij het werk) vaak onder lijdt.

 

*TvOO is niet alleen een tijdschrift (dat je per nummer kan kopen) voor ook een interessante website.

**Leuke tip: op www.ezelsbruggetje.nl vind je ezelsbruggetjes in allerlei categorieën.

Bron: Ruth Colvin Clark, Evidence-Based Training Methods- A guide for training professionals, 2015, Uitgeverij ATD

Profiteer mee van de expertise van Katrin

  • Meer dan 20 jaar ervaring als trainer-consultant (in België en Nederland) en dit in  allerlei organisaties: groot en klein, de privé én de publieke sector, non-profit en social profit
  • 10 jaar ervaring als zaakvoerder van een opleidingsbedrijf
  • 3 jaar als opleidingsverantwoordelijke in een groot Brussels ziekenhuis waarvoor ik natuurlijk zelf opleidingsplannen heb geschreven.
  • Sinds 2015 verzorg ik alle opleidingen over het opleidingsplan en het L&D beleid voor SD WORX
  • Een grote passie en diepgaande interesse in L&D die meerwaarde biedt voor organisatie  die ik graag deel in mijn blogs en de boekenhoek.
  • Een pragmatische geest die met 2 voeten op de grond altijd zoekt naar praktische oplossingen zoals blijkt uit de toolkit.
Katrin Naert (foto Christa Claessens)

Leg je vraag/probleem/uitdaging binnen L&D voor en ik denk graag met je mee!

Heb je een idee dat je wil aftoetsen met een expert?
Zit je vast met je opleidingsplan?
Heb je twijfels bij de manier waarop je je opleidingen evalueert?

Aarzel dan niet en maak een afspraak voor een
‘Kwartiertje-sparren-met-Katrin’ via Skype of telefoon.

Kwartiertje met Katrin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *